Potentieel ligt bij derdelanders

Tussen 2020 en 2025 werden 449 criminelen vanuit België overgebracht naar het buitenland, tegenover 175 die naar België werden teruggehaald. Dat betekent dat er over zes jaar 274 meer veroordeelden naar het buitenland vertrokken dan dat er binnenkwamen. Ook per jaar is dat nettoverschil zichtbaar: +23 (2020), +74 (2021), +34 (2022), +56 (2023), +50 (2024) en +37 (2025). De meest voorkomende nationaliteiten in deze dossiers zijn Roemenen, Nederlanders en Fransen.

“Die evolutie is positief, maar tegelijk toont ze aan dat er nog veel meer mogelijk is”, zegt De Vreese. “Zeker als we kijken naar de nationaliteiten in deze dossiers, zien we dat het vandaag vooral om EU-burgers gaat. Het echte potentieel ligt bij derdelanders en daar laten we kansen liggen.” Zo blijkt dat in 2025 slechts 3 Marokkaanse gedetineerden werden overgebracht naar hun land van herkomst, terwijl dat er in 2013 nog 15 waren. Nochtans werd recent de samenwerking met Marokko verbeterd.

De federale regering breidt het netwerk van internationale verdragen verder uit. Zo werden recent akkoorden gesloten met Cambodja en lopen er onderhandelingen met Tunesië en Egypte. Vandaag kan België met een 90-tal landen overbrengingsprocedures opstarten. “Dat is een goede zaak, ook voor Belgen in het buitenland”, zegt De Vreese. “Denk aan Tanguy Taller, die al jaren in erbarmelijke omstandigheden vastzit in Cambodja. Dankzij een nieuw akkoord kan hij mogelijk zijn straf in België uitzitten. Maar verdragen alleen volstaan niet. Zonder uitvoering blijven ze een dode letter.”

Capaciteit Justitie blijft knelpunt

Binnen de FOD Justitie wordt de opvolging van deze dossiers verzekerd door de Prisoner Transfer Unit, die momenteel slechts 7 personeelsleden telt. Tegen eind 2026 komen daar 5 extra medewerkers bij. “Dat is een stap vooruit, maar het is tegelijk een erkenning dat de dienst jarenlang onderbemand was”, stelt De Vreese. “Als we dit instrument ernstig nemen, moeten we zorgen voor voldoende capaciteit en een snelle, doortastende opvolging.”

“Dankzij dit instrument kunnen we onze gevangenissen ontlasten en tegelijk een duidelijk signaal geven: wie hier misdrijven pleegt en geen Belg is, zal zijn straf in eigen land uitzitten. Maar dan moet minister Verlinden wel zorgen dat haar administratie de nodige ondersteuning en mankracht krijgt en zo op kruissnelheid komt”, besluit De Vreese.